Wat verandert er op gebied van HR in 2023 na Prinsjesdag?

27 september 2022

HR veranderingen na Prinsjesdag

Op dinsdag 20 september 2022, in de derde week van de maand, was het Prinsjesdag. De dag waarop de troonrede wordt voorgelezen en Nederland de plannen en begroting voor het komende jaar voorgeschoteld krijgt. Nu Prinsjesdag achter de rug is blikken wij terug op de belangrijkste wijzigingen voor HR in 2023. 

Welke wettelijke wijzigingen worden er in 2023 doorgevoerd?

Van wijzigingen in flexwerk tot het verhogen van de onbelaste reiskostenvergoeding. Wij zetten alles wat er verandert op gebied van HR in 2023 op basis van Prinsjesdag op een rij in dit artikel.

Wat gebeurt er rondom flexibele arbeid (Commissie Borstlap)?

Wettelijk gaat er volgens de miljoenennota een hoop veranderen per 1 januari 2023. Allereerst wordt de Wet flexibel werken (Wfw) in het komende jaar verruimd met de zogenoemde wet “Werken waar je wilt.” In een notendop zorgt deze wet ervoor dat medewerkers een verzoek mogen indienen om de werktijden, arbeidsduur en de arbeidsplaats te wijzigen. Dit moet ervoor zorgen dat medewerkers flexibel om kunnen gaan met waar zij hun werk uitvoeren, om zo een betere balans te krijgen tussen werken op locatie en werken vanuit huis. 

Als werkgever kun je een aanpassing van de arbeidsduur of werktijden alleen weigeren als dit het bedrijfs- of dienstbelang in gevaar brengt. Dit geldt niet voor een verzoek voor aanpassing van de arbeidsplaats. In dit geval hoef je bij dit verzoek alleen in gesprek te gaan en goedkeuring te overwegen. Ben je echter een werkgever met minder dan 10 werknemers? Dan is de Wet Flexibel Werken voor jou niet van toepassing, omdat de wet grote gevolgen kan hebben voor kleine ondernemers. 

Wet breed offensief

Op 5 juli 2022 werd de Wet Breed Offensief aangenomen door de Tweede Kamer. Deze wet wijzigt de Participatiewet en een paar andere wetten, waardoor mensen met een arbeidsbeperking makkelijker aan het werk kunnen. De wet moet er onder andere voor zorgen dat werkgevers een hogere loonkostensubsidie ontvangen. Dit moet hen helpen een duurzame werkplek te creëren voor mensen met een beperking. Hiernaast biedt de wet vooruitzicht op verbetering in begeleiding op maat. Op die manier worden werknemers en werkgevers eenvoudiger aan elkaar gekoppeld. 

Wet toekomst pensioenen

Als de wetsbehandeling in de Tweede en Eerste Kamer positief uitpakt, dan gaat de wet Toekomst Pensioenen vanaf 1 januari 2023 in. De grootste verandering hierin is dat iedereen met een pensioenregeling hetzelfde premiepercentage betaalt. Het maakt hierbij niet uit hoe oud je bent als je de pensioenpremie afsluit. Als de wet wordt aangenomen dan krijgen sociale partners en pensioenuitvoerders 4 jaar de tijd om de pensioenregelingen aan te passen. Op 1 januari 2027 moeten alle pensioenaanbieders de premiepercentages dus hebben aangepast. 

En hoe zorgen we voor een toekomstbestendige arbeidsmarkt?

Er is sprake van een groot personeelstekort in alle branches. Dit komt vooral doordat de werkloosheid laag is en er meer banen open staan dan ooit. Kijken we bijvoorbeeld naar het tweede kwartaal van 2022, dan stonden er 143 vacatures open per 100 werklozen. Om een toekomstbestendige arbeidsmarkt te creëren vergroot en versnelt het kabinet de verhoging van het minimumloon. Vanaf 1 januari 2023 stijgt het wettelijk minimumloon met 10% om werken aantrekkelijker te maken voor de jeugd. Hiernaast zorgt de verhoging van het minimumloon voor positieve gevolgen voor de koopkracht in Nederland.

Werkgevers spelen een belangrijke rol bij het oplossen van het personeelstekort. Zo roept het kabinet werkgevers op om betere arbeidsvoorwaarden te bieden en anders te kijken naar onbenutte deeltijders tijdens de werving van personeel. Denk ook aan het verruimen van regels rondom thuiswerken om de balans tussen werk en privé te verbeteren. Werken wordt ook interessanter gemaakt door een ander stelsel in de kinderopvang. Zo maakt het voor de hoogte van kinderopvangtoeslag niet meer uit hoeveel uur je per week werkt. Dit maakt het voor ouders gemakkelijker om te werken. 

Welke veranderingen gaan er plaatsvinden op het gebied van mobiliteit?

De plannen die op Prinsjesdag bekend zijn gemaakt hebben ook invloed op de bpm-vrijstelling op bestelauto’s. Het kabinet stelt voor om de vrijstelling vanaf 2025 helemaal af te schaffen, waardoor de manier waarop bpm wordt berekend gaat veranderen. Op dit moment wordt de bpm berekent op basis van de cataloguswaarde van een bestelauto. Vanaf 2025 wordt het bpm bedrag bepaald op basis van CO2-uitstoot. Het kabinet wil werkgevers hiermee stimuleren om te investeren in elektrische auto’s. 

De reiskostenvergoeding gaat in 2023 voor het eerst in 16 jaar omhoog. De onbelaste vergoeding van € 0,19 per kilometer verandert op 1 januari 2023 naar € 0,21 per kilometer. Op 1 januari 2024 wordt de onbelaste kilometervergoeding nogmaals verhoogd naar € 0,22 per kilometer. Hiernaast moeten grote ondernemers volgens de Mobiliteitsrichtlijn jaarlijks rapporteren over de mobiliteit binnen het bedrijf. Het gaat om zowel woon-werk verkeer als zakelijke ritten. Deze regel is onderdeel van het EU-Mobiliteitspakket voor de wegvervoersector en heeft betrekking op milieuverbetering en de vermindering van CO2-uitstoot. 

Wat gebeurt er met de thuiswerkvergoeding?

De thuiswerkvergoeding stijgt op 1 januari 2023 naar alle verwachting van € 2,00 per dag naar € 2,14 per dag. Dit is echter een verwacht gemiddelde en kan, afhankelijk van de branche waarin je werkt, hoger zijn. De verhoging van de thuiswerkvergoeding is een reactie op de stijgende prijzen van gas, licht en elektra en inflatie. Op momenten dat de brandstofprijs ook erg hoog is, is het voor veel werknemers niet altijd voordelig om naar kantoor te reizen. Een goede middenweg kan thuiswerken zijn, waarvoor werknemers straks een hogere vergoeding ontvangen. 

Hoe zit het met de werkkostenregeling?

Om de werkgeverslasten voor ondernemers te verlagen en investeringen aantrekkelijker te maken, neemt het kabinet ook maatregelen. Zo wordt de premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds voor kleine ondernemers verlaagd en het budget voor de Werkkostenregeling verhoogd. Met de milieu-investeringsaftrek (MIA) en de energie-investeringsaftrek (EIA) maakt het kabinet investeringen fiscaal aantrekkelijker. De vrije ruimte in de WKR gaat per 1 januari waarschijnlijk omhoog naar 1,92% over de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom.

Dit is een directe reactie op de inflatie, die ervoor heeft gezorgd dat vergoedingen en verstrekkingen duurder zijn dan voorheen. Hiernaast is de loonsom en daarmee de vrije ruimte juist afgenomen. Dit zorgt ervoor dat de vrije ruimte van kleine bedrijven simpelweg niet groot genoeg meer is. Om vooral deze ondernemers tegemoet te komen gaat de vrije ruimte over de eerste € 400.000 omhoog met 0,22%. Boven de € 400.000 blijft het percentage van 1,18% gelden. 

Inkomstenbelasting omlaag in 2023 

De inkomstenbelasting in de eerste schijf gaat omlaag in 2023. Voor werknemers betekent dit dat ze per jaar meer loon over houden. € 102 per jaar om precies te zijn. Per 1 januari 2023 betaal je op inkomen uit loon, box 1, namelijk nog 36,93% inkomstenbelasting. Tot nu toe betaal je in deze box over maximaal € 73,071 37,07% belasting, de grens van schijf 1. 

De arbeidskorting gaat omhoog 

Heb je als werknemer een inkomen tot € 115.000, dan levert de hogere arbeidskorting je voordeel op. Stel dat je op dit moment een jaarlijks loon van € 23.000 per jaar ontvangt, dan zorgt de hogere arbeidskorting ervoor dat je € 472 per jaar extra overhoudt. Verdien je € 37.000 per jaar dan ontvang je € 521 per jaar extra. Hoeveel meer je overhoud is afhankelijk van je inkomen en je leeftijd en moet mensen stimuleren om aan het werk te gaan. 

Meer gelijkheid tussen werknemers en ZZP'ers

Om het speelveld voor werknemers en zelfstandig gelijk te trekken worden er maatregelen ingevoerd in 2023. Allereerst wordt de zelfstandigenaftrek voor ZZP'ers sneller afgebouwd. Vanaf volgend jaar zal de zelfstandigenaftrek elk jaar met € 650 verminderen, om uiteindelijk op € 1200 uit te komen in 2030. Hiernaast wordt de FOR, Fiscale Oudedagsreserve, per 1 januari 2023 afgeschaft. Er zijn echter wel andere mogelijkheden om als ZZP'er pensioen op te bouwen met belastingvoordeel. Het kabinet dringt ook aan op meer toezicht en controle en een arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt voor ZZP'ers in 2024 verplicht.

Beperking van de 30% regeling 

Mensen die vanuit een ander land naar Nederland komen om te werken, ontvangen maximaal 30% van hun salaris onbelast. De eerste 30% is voor expats dus vrij van belastingen, waardoor de expat meer geld overhoud. Aan de onderkant van de 30% regeling was er al een inkomenstoets en vanaf 1 januari 2024 geldt er ook een maximum voor deze regeling. Het maximum wordt bepaald door de Balkenendenorm. In 2022 is de Balkenendenorm € 216.000, wat betekent dat werknemers met dit salaris maximaal € 64.800 onbelast mogen verdienen (30% van € 216.000). Het kabinet past deze bedragen elk jaar aan, maar voor de werknemers bij wie de 30% regeling al is toegepast in 2022, geldt een overgangsregeling van 2 jaar. Voor deze werknemers gaat de beperking dus pas in op 1 januari 2026.

Dit waren de grootste veranderingen voor HR vanaf 2023, die tijdens Prinsjesdag zijn besproken. Heb je geen zin om allerlei wettelijke regeltjes uit te pluizen en wil je in één oogopslag veranderingen in loonkosten en bezettingskosten in 2023 kunnen zien? Meld je dan nu aan bij Shiftbase, start de gratis proefperiode en ontdek hoe je personeelsplanning, urenregistratie, communicatie en meer kunt vereenvoudigen!

Regelgeving