Strategische personeelsplanning
Strategische personeelsplanning (SPP) bepaalt welke mensen en vaardigheden een organisatie over een paar jaar nodig heeft en hoe ze daar komt.
Strategische personeelsplanning (SPP) is het plan voor de mensen die je organisatie over een paar jaar nodig heeft. Je legt het personeel van nu naast de doelen van straks en ziet dan waar tekorten en overschotten ontstaan, in aantallen en in vaardigheden. Daarna besluit je hoe je die gaten dicht: werven, zelf opleiden, laten doorgroeien of afbouwen.
Het is het langste van de drie niveaus van personeelsplanning. Bij de Rijksoverheid heet het ook meerjarige personeelsplanning (MPP). Wie een vestiging wil openen, een nieuwe dienst start of weet dat de helft van de koks binnen vijf jaar met pensioen gaat, heeft er het meeste aan, want een vakkracht vind of leid je niet in een maand op.
Strategisch, tactisch en operationeel
Strategische personeelsplanning kijkt jaren vooruit en gaat over de vraag welke mensen en vaardigheden er dan moeten zijn. De tactische personeelsplanning vertaalt dat naar de komende maanden: hoeveel uren per periode, wanneer de vakanties vallen, hoeveel flexkrachten je inhuurt. In de operationele personeelsplanning krijgen die uren namen en tijden in het rooster.
De drie niveaus voeden elkaar ook omgekeerd. Een afdeling die maand na maand meer uren draait dan gepland, laat in het rooster zien dat de formatie te krap is. Dat is input voor het strategische plan.
Hoe maak je een strategische personeelsplanning?
Een SPP maak je met HR en de leidinggevenden samen, want zij weten welke functies straks veranderen. De volgorde is bijna overal dezelfde.
1. Leg de doelen vast
Begin bij de koers van de organisatie voor de komende jaren. Groei je, open je vestigingen, verandert het werk door nieuwe technologie, of verwacht je juist krimp? Schrijf per doel op wat het voor het werk betekent. Twee of drie scenario’s (groei, gelijk blijven, krimp) maken het plan robuuster dan één voorspelling.
2. Breng het huidige personeel in kaart
Tel per functiegroep hoeveel mensen er zijn, met hoeveel contracturen, hoe oud ze zijn en hoe lang ze in dienst zijn. Kijk ook naar kwaliteit: wie presteert goed en wie kan doorgroeien. Dit is de nulmeting, de ist-situatie.
3. Voorspel in-, door- en uitstroom
Reken uit hoeveel mensen er per functiegroep de afgelopen jaren vertrokken, doorschoven of binnenkwamen. Tel ook wie er de komende jaren met pensioen gaat. Zo zie je hoeveel mensen er over drie of vijf jaar nog zijn als je niets doet. Het vertrekpercentage per jaar bereken je met de rekenhulp voor personeelsverloop.
4. Bepaal wat er straks nodig is
Vertaal elk doel naar aantallen en vaardigheden per functiegroep: de soll-situatie. Een nieuwe vestiging betekent een bedrijfsleider, koks en bediening; digitalisering kan betekenen dat je minder administratieve uren nodig hebt en meer mensen die met data werken.
5. Zet verwacht en nodig naast elkaar
Het verschil tussen wie er straks nog is en wie er straks nodig is, is de kern van de SPP. Een tekort heet een gat, een overschot een bult. Beide vragen actie. Een bult in de ene functiegroep kan soms een gat in de andere vullen.
6. Kies de acties en volg ze
Per gat kies je tussen zelf opleiden en buiten werven. Opleiden duurt langer en bindt mensen; werven gaat sneller en kost meer, zeker in functies waar de arbeidsmarkt krap is. Leg per actie een eigenaar en een datum vast en kijk minstens één keer per jaar of de aannames nog kloppen.
Voorbeeld: een lunchroomketen die een vierde vestiging opent
Stel: een lunchroomketen heeft drie vestigingen met samen 48 medewerkers en wil over drie jaar een vierde openen. Die nieuwe vestiging krijgt dezelfde bezetting als een gemiddelde huidige: één bedrijfsleider, twee koks en dertien mensen in de bediening en winkel.
Uit de eigen administratie van de afgelopen drie jaar blijkt dat er per jaar 40 procent van de bediening vertrekt, 15 procent van de koks en 10 procent van de bedrijfsleiders. Van de 39 mensen in de bediening is na drie jaar zonder actie nog ongeveer 39 × 0,6 × 0,6 × 0,6 ≈ 8 over. Voor de andere groepen gaat het op dezelfde manier.
Functiegroep | Nu | Nog in dienst over 3 jaar | Nodig over 3 jaar | Tekort |
|---|---|---|---|---|
Bedrijfsleider | 3 | 2 | 4 | 2 |
Kok | 6 | 4 | 8 | 4 |
Bediening en winkel | 39 | 8 | 52 | 44 |
Totaal | 48 | 14 | 64 | 50 |
De tabel laat zien waar het strategische probleem zit. Vierenveertig mensen in de bediening klinkt als veel, maar om het vertrek op te vangen neemt de keten daar nu ook al zo’n vijftien mensen per jaar aan. De twee bedrijfsleiders en vier koks zijn lastiger: die vind je niet met een vacature van een week. Een verkeerde keuze merk je bovendien in de hele vestiging.
De keten kiest daarom voor drie acties. Twee ervaren medewerkers uit de bediening met potentieel volgen een traject tot leidinggevende, waarmee de werving in de bediening op 46 komt. Twee leerling-koks beginnen in het eerste jaar via de beroepsbegeleidende leerweg (bbl), zodat ze bij de opening al twee jaar in de keuken meedraaien. De andere twee koks worden in het derde jaar geworven.
De grootste hefboom zit in het verloop. Daalt het vertrek in de bediening van 40 naar 30 procent per jaar, dan zijn er over drie jaar 13 mensen in plaats van 8 over en hoeft de keten vijf mensen minder aan te nemen. Daarom kijkt de SPP ook per vestiging naar waar mensen vertrekken en waarom. Tel de koppen tot slot om naar fte: met veel parttimers in de bediening zegt een aantal mensen weinig over de uren die je kunt roosteren.
Modellen voor strategische personeelsplanning
Drie modellen kom je in Nederlandse organisaties het vaakst tegen. Ze beantwoorden elk een ander deel van de vraag.
IDU-model. IDU staat voor instroom, doorstroom en uitstroom. Je analyseert hoeveel mensen er binnenkwamen, intern van functie wisselden en vertrokken. Daarmee reken je de bezetting vooruit. Het rekenvoorbeeld hierboven is een eenvoudige IDU-analyse.
HR3P. Het Human Resources Performance Potentieel Portfolio zet medewerkers in een matrix van huidige prestatie tegen verwacht potentieel. Dat levert vier groepen op: goudhaantjes, diesels, vraagtekens en achterblijvers. Organisaties gebruiken het bij een vlootschouw, om te zien wie kan doorgroeien naar de functies die straks nodig zijn.
3R-model. Het 3R-model van Randstad Nederland, ook wel het bollenmodel, deelt medewerkers in zeven groepen in op de vraag of hun functie nu en in de toekomst nodig is. Key players doen werk dat nu en straks nodig is; prospects zijn functies die je in de toekomst wilt aantrekken. Daartussen zitten groepen als de huidige kern en tijdelijke krachten.
Strategische personeelsplanning in Excel
Om mee te beginnen is een spreadsheet vaak genoeg. Zet per functiegroep één regel met deze kolommen:
functiegroep en aantal medewerkers nu, ook in fte;
leeftijdsopbouw of het aantal mensen dat binnen de planperiode met pensioen gaat;
het vertrekpercentage per jaar uit je eigen cijfers;
het aantal dat over n jaar nog in dienst is, met de formule =B2*(1-C2)^3 voor drie jaar (B2 is het aantal nu, C2 het vertrekpercentage);
het aantal dat nodig is per scenario;
het verschil, de gekozen actie, een eigenaar en een datum.
Houd de scenario’s op aparte tabbladen, zodat je groei en krimp naast elkaar kunt zetten zonder formules te kopiëren.
Strategische personeelsplanning in de zorg en het onderwijs
In de zorg, het onderwijs en bij gemeenten is strategische personeelsplanning een gangbaar instrument. De opleiding van een verpleegkundige of leraar duurt jaren en de formatie hangt aan een budget, dus een tekort moet ruim op tijd zichtbaar zijn. De stappen zijn dezelfde; het verschil zit vooral in de lange opleidingstijd van de functies waarin het krap is.
Waar de cijfers voor een SPP vandaan komen
Voor organisaties met diensten staat een groot deel van de nulmeting in het rooster en de urenregistratie. Contracturen, gewerkte uren, verzuim en personeelskosten per afdeling vertellen waar de formatie nu al wringt. In het rapportagedashboard van Shiftbase zie je per afdeling en periode de personeelskosten als percentage van de omzet, de afwezigheid ten opzichte van de contracturen en het verschil tussen geplande en gewerkte uren. Een vestiging die elk kwartaal ver boven de geplande uren uitkomt, hoort in de SPP als functiegroep met een gat.
Het strategische plan zelf maak je met HR en het management. Wat eruit komt, landt uiteindelijk weer in de roosterplanning: de nieuwe bedrijfsleider, de leerling-koks en de extra uren in de bediening.
Veelgestelde vragen
Strategische personeelsplanning (SPP) is het plannen van de mensen en vaardigheden die een organisatie over een paar jaar nodig heeft. Je vergelijkt het huidige personeel met de toekomstige behoefte en kiest acties om het verschil te dichten, zoals werven, opleiden of laten doorgroeien.
Onder strategische personeelsplanning vallen de analyse van het huidige personeelsbestand, de verwachte in-, door- en uitstroom, de toekomstige personeelsbehoefte per scenario, het verschil daartussen en het plan van aanpak met werving, opleiding en doorstroom. Het rooster voor de komende weken valt er niet onder; dat is operationele personeelsplanning.
Strategische personeelsplanning is belangrijk omdat een tekort aan vakkrachten pas op te lossen is als je het jaren van tevoren ziet. Wie weet dat er over drie jaar koks of bedrijfsleiders nodig zijn, kan ze zelf opleiden; wie het pas merkt als iemand vertrekt, moet snel en duur werven.
Strategische personeelsplanning kijkt jaren vooruit en bepaalt welke mensen en vaardigheden de organisatie nodig heeft. Operationele personeelsplanning gaat over de komende dagen en weken en bepaalt wie welke dienst draait. Daartussen zit de tactische personeelsplanning, die maanden vooruitkijkt.
Voor strategische personeelsplanning gebruiken organisaties vaak het IDU-model voor instroom, doorstroom en uitstroom, HR3P om medewerkers op prestatie en potentieel in te delen en het 3R-model van Randstad, dat medewerkers in zeven groepen verdeelt naar hoe nodig hun functie nu en straks is.
Een strategische personeelsplanning kijkt meerdere jaren vooruit. Een goede maat is de tijd die het kost om iemand voor je moeilijkste functie te werven of op te leiden: kost het drie jaar om een kok of verpleegkundige op te leiden, dan moet het plan minstens zo ver reiken.
Een opleiding strategische personeelsplanning wordt aangeboden als korte cursus of leergang door adviesbureaus en opleidingsinstituten, vaak als onderdeel van strategisch HRM. Je leert er de stappen en modellen zoals IDU en HR3P, meestal aan de hand van een plan voor je eigen organisatie.
Alle begrippen bekijken
- Arbeidstijdenwet (ATW)De Arbeidstijdenwet bepaalt hoe lang je mag werken en hoeveel rust en pauze daartegenover staan. Alle regels met artikel, uitzonderingen en voorbeelden.
- BasisroosterEen basisrooster is een vast patroon van diensten dat na een paar weken opnieuw begint. Wat erin staat, een voorbeeld en de regels voor rust.
- BeoordelingsgesprekIn een beoordelingsgesprek geeft de leidinggevende een oordeel over een afgesloten periode. Wat ervan afhangt, het formulier en de rechten van de werknemer.
- FlexpoolEen flexpool is een vaste groep flexibele krachten die je oproept bij drukte of uitval. Wie erin zit, hoe je hem opzet en wat de wet vraagt.
- FunctiehuisEen functiehuis ordent alle functies in je organisatie op zwaarte en niveau. Wat erin staat, hoe functiewaardering werkt en hoe je het opzet.
- FunctioneringsgesprekEen functioneringsgesprek is een open gesprek over hoe het werk gaat, met afspraken voor beide kanten. Het verschil met beoordelen, de regels en een voorbeeld.
- PersoneelsdossierWat er in een personeelsdossier hoort, wat er niet in mag, hoe lang je elk stuk bewaart en wie het mag inzien. Met de termijnen van de AP.
- Re-integratieRe-integratie is de terugkeer van een zieke werknemer naar werk, eerst bij de eigen werkgever en anders elders. Wat de sporen inhouden en wie wat moet.
- Stilzwijgende verlengingWerkt een medewerker na de einddatum door, dan loopt het tijdelijk contract stilzwijgend door. Hoe lang, op welke voorwaarden en wat het met de ketenregeling doet.
- Werktijden jongerenHoeveel uur jongeren van 13 tot en met 17 jaar mogen werken: per schooldag, per week, in de vakantie en tot hoe laat, met de regels per leeftijd.
- Werkuren per maandBij 40 uur per week werk je gemiddeld 173,33 uur per maand. Zo reken je de werkuren per maand uit voor elk contract, met de echte maandnorm voor 2026.
- Wet verbetering poortwachterDe Wet verbetering poortwachter legt vast wat werkgever en zieke werknemer in twee jaar ziekte moeten doen. Het schema per week en wat het UWV toetst.
Geen begrippen gevonden voor je zoekopdracht.
Help Center
Antwoorden, handleidingen en oplossingen voor problemen, allemaal op één plek. Alles wat je nodig hebt om meer uit Shiftbase te halen.
Contact
Heb je een vraag of loop je vast? Ons supportteam helpt je via chat, mail of telefoon, en snel ook.
Demo
Zie Shiftbase in actie in een persoonlijke demo, vrijblijvend en toegespitst op hoe jouw team roostert, uren registreert en verlof regelt.