Veranderende pensioenwet 2023

19 december 2022

Veranderende pensioenwet in 2023

Het nieuwe pensioenstelsel gaat naar verwachting in op 1 januari 2023. De implementatie hiervan moet uiterlijk op 1 januari 2027 afgerond zijn. De nieuwe pensioenwet zal gebaseerd zijn op de Nationale Pensioenregeling (NPS), die in verschillende branches moet zorgen voor een duurzamer en stabieler pensioen. Dit is voor werkgevers en werknemers een goede ontwikkeling, omdat de nieuwe regels ervoor zorgen dat werken in loondienst straks aantrekkelijker wordt. Wat er precies verandert in de pensioenregelingen en hoe dit invloed heeft op werkgevers, werknemers, sociale partners en pensioenfondsen? Dat ontdek je in dit artikel.

Waarom komt er een nieuw pensioenstelsel?

De maatschappij verandert en daarom is er behoefte aan een nieuw pensioenakkoord. Waar mensen vroeger een leven lang bij dezelfde werkgever bleven werken, is dit in 2022 erg zeldzaam. Desondanks zijn de meeste pensioenstelsels hier wel op ingericht. In een notendop betekent dit dat wanneer een werknemer als zelfstandige aan het werk gaat en niet in dienst blijft tot de pensioenleeftijd, er al snel te weinig pensioen wordt opgebouwd. Hiernaast bestaat het huidige pensioenstelsel uit regelingen die voor grote problemen kunnen zorgen. Om deze problemen te verminderen heeft de Tweede Kamer in de afgelopen jaren uitvoerig gesproken over de Wet toekomst pensioenen.

"Wist je dat... pensioenfondsen met jouw inleg beleggen? Als deze beleggingen te weinig rendement opleveren dan is het pensioen ook minder waard."

De beloftes die een pensioenfonds doet staan tegenover slechts één gezamenlijke pot met beleggingen. Dit zorgt niet alleen voor discussie onder deelnemers in het fonds, maar zorgt er ook voor dat de algemene pensioenopbouw minder waard wordt als de waarde van de beleggingen zakt. In een economisch scenario dat goed gaat is deze manier van pensioen opbouwen erg winstgevend. Maar in een economie waar alles onder druk staat krijgen sociale partners en pensioenuitvoerders het steeds benauwder. Om deze kwetsbaarheden op te lossen heeft het kabinet met werknemers- en werkgeversorganisaties een nieuw pensioenakkoord gesloten.

Zo zit het met de transitieperiode naar het nieuwe pensioenstelsel

In het nieuwe pensioenstelsel staat dat de pensioenen binnen vier jaar aangepast moeten zijn aan de nieuwe regels. In eerste instantie was de overstap van een nieuw pensioenstelsel gepland op 1 januari 2022, maar door hectiek in de afgelopen jaren is dit plan een jaar vooruit geschoven. Per januari 2023 gaat de transitieperiode in. De overgang naar het nieuwe pensioenstelsel moet dus op 1 januari 2027 afgerond zijn. Het streven is om het pensioenstelsel sneller te moderniseren. Daarom kijkt het kabinet met werkgeversorganisaties en pensioenaanbieders naar wat er nodig is om het nieuwe stelsel sneller te implementeren. Dit moet het mogelijk maken om het nieuwe stelsel al vanaf 1 juli 2023 in gebruik te nemen.

Tijdens de overgangsperiode geldt het transitie-ftk, ofwel het financiële toetsingskader. Dit moet ervoor zorgen dat het idee van het nieuwe pensioenstelsel in de huidige situatie toegepast kan worden. Samen met alle betrokken partijen kijkt het kabinet naar manieren om dit kader eerder dan 2023 in werking te laten treden. De gevolgen hiervan zijn onder meer een verlaagde indexatiegrens en het voorkomen van onnodige kortingen in het nieuwe pensioenstelsel.

Veranderingen in het nieuwe pensioenstelsel:

De AOW leeftijd zal minder snel stijgen

Op dit moment ligt de AOW leeftijd tot en met 2028 vast. In de afgelopen jaren hebben we verhogingen van de AOW leeftijd gezien, maar in de komende jaren zal de leeftijd steeds minder snel verhoogd worden. Op dit moment zijn de AOW leeftijden vastgesteld op:

  • 66 jaar en 7 maanden in 2022
  • 66 jaar en 10 maanden in 2023
  • 67 jaar vanaf 2024 tot en met 2027
  • 67 jaar en 3 maanden in 2028.

Na 2028 is het mogelijk dat de AOW leeftijd opnieuw verhoogd wordt. Dit is met name te danken aan het feit dat Nederlanders gemiddeld steeds ouder worden. Werknemers kunnen daarom langer doorwerken. Het kabinet maakt de nieuwe AOW leeftijden minimaal 5 jaar van tevoren bekend.

De pensioenpremie centraal

Op dit moment doen pensioenfondsen vaak beloftes over de hoogte van het pensioen. In feite kunnen deze fondsen hier helemaal geen beloftes over doen, omdat de hoogte van het pensioen uiteindelijk neerkomt op de waarde van beleggingen. Deze beleggingen worden in één pot gestopt, waardoor er niet meer zichtbaar is welk deel van het pensioenvermogen bij wie hoort. In het nieuwe pensioenstelsel houden pensioenfondsen voor iedere deelnemer bij welk deel van hen is. Dit voorkomt discussie over de verdeling van het pensioenvermogen.

In het nieuwe pensioenakkoord wordt de premie betaling in het eigen, persoonlijke pensioen gestopt. Hierdoor is het simpelweg niet meer mogelijk om teveel of te weinig pensioen op te bouwen. Hiernaast zorgen de nieuwe pensioenregelingen voor een gelijk premie percentage. Dit zorgt ervoor dat werknemers van verschillende leeftijden dezelfde premie betalen, waardoor de kosten voor het pensioen stabieler worden. Het vaste percentage zorgt er bovendien voor dat de pensioenkosten niet omhoog gaan als werknemers ouder worden.

Nieuwe wetgeving brengt een hoger economisch risico voor jongeren

In de regeling voor pensioenen mogen pensioenuitvoerders meer rekening houden met de leeftijd van deelnemers. In de praktijk betekent dit dat jongeren bij beleggingen in het pensioenfonds meer risico mogen nemen. Simpelweg omdat jonge werknemers nog jaren de tijd hebben om tegenvallers weg te werken door hun pensioenpremie te betalen. Ouderen hebben daarentegen minder mogelijkheden, omdat zij minder tijd hebben om tegenvallers op te vangen. Voor oudere werknemers zijn de gevolgen dat nieuwe regels per 1 juli 2023 ervoor kunnen zorgen dat het pensioen minder hoog is dan verwacht.

Een eenmalig bedrag opnemen op de pensioendatum

Het is nog niet helemaal zeker, maar naar verwachting mogen werknemers van een pensioenfonds per 1 juli 2023 een eenmalig bedrag opnemen op de pensioendatum. Dit zorgt er echter voor dat de rest van het pensioen lager is. Daarom moet een werknemer voldoen aan de volgende voorwaarden om een eenmalig bedrag uit het pensioen op te nemen:

  • het eenmalige bedrag mag maximaal 10% van het volledige pensioen zijn;
  • de eenmalige opname mag het resterende pensioen niet veranderen tot een bedrag onder de afkoopgrens van kleine pensioenen;
  • dit eenmalige bedrag uit de pensioenopbouw kan alleen worden opgenomen op de datum waarop de AOW leeftijd ingaat;
  • stapelen met een hoog- laagpensioen is niet mogelijk.

Overlijdt een werknemer voordat deze met pensioen gaat, dan ontvangt de partner van de werknemer een nabestaandenpensioen. Hierover zijn nog geen veranderingen in het nieuwe stelsel opgenomen.

Vroeg pensioen voor zware beroepen

Het nieuwe wetsvoorstel zorgt er ook voor dat mensen met zware beroepen eerder kunnen stoppen met werken. Hier worden tot en met 2025 afspraken over gemaakt door werkgevers- en werknemersorganisaties. Deze regeling vult de pensioenpremie aan met gemiddeld € 22.000, waarmee werkgevers mensen maximaal 3 jaar voor de AOW leeftijd met pensioen kunnen sturen. Voor een werknemer zal deze verandering aanvoelen alsof de pensioenregeling eerder ingaat. Deze afspraak in het pensioenakkoord zorgt er bovendien voor dat het pensioen over de hele pensioenperiode hetzelfde blijft.

Pensioen en arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen

De Nederlandse Zzp'er krijgt waarschijnlijk niet te maken met een verplichte pensioenregeling. Het blijft dus belangrijk dat je je als zelfstandige voorbereid op je pensioen door zelf te sparen. Zzp'ers krijgen straks wel de mogelijkheid om een pensioen op te bouwen tegen een scherpe premie. Dit moet het opbouwen van een redelijk pensioen mogelijk maken voor alle werknemers in Nederland.

Personeel Regelgeving