Bovenwettelijke vakantiedagen

Bovenwettelijke vakantiedagen: betekenis, opbouw en regels | Shiftbase

Bovenwettelijke vakantiedagen zijn de vrije dagen die een werknemer krijgt bovenop het wettelijke minimum. Voor jou als werkgever is het belangrijk om die twee soorten apart bij te houden, want ze hebben verschillende regels voor opbouw, verval en uitbetaling. In dit artikel lees je wat bovenwettelijke vakantiedagen precies zijn, hoe ze ontstaan en waar je op moet letten in je administratie. 

Wat zijn bovenwettelijke vakantiedagen?

Bovenwettelijke vakantiedagen zijn de extra vrije dagen die een werknemer krijgt naast het wettelijke minimum. De wet bepaalt hoeveel vakantie een werknemer minimaal opbouwt; alles wat een werkgever daar bovenop geeft, valt onder bovenwettelijk verlof.

Een werknemer heeft alleen recht op bovenwettelijke vakantiedagen als dat is vastgelegd in de cao, de arbeidsovereenkomst of een bedrijfsregeling. Staat daar niets over, dan heeft de werknemer alleen recht op de wettelijke dagen. Gemiddeld gaat het om 5 tot 10 extra dagen per jaar, maar dat verschilt sterk per sector en functie

Verschil tussen wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen

Het verschil zit niet alleen in het aantal, maar vooral in de regels rond geldigheid en uitbetaling.

Kenmerk

Wettelijke vakantiedagen

Bovenwettelijke vakantiedagen

Aantal per jaar

4 keer de wekelijkse arbeidsduur

Extra, volgens cao of contract

Vastgelegd in

De wet (verplicht)

Cao, arbeidsovereenkomst of bedrijfsregeling

Vervaltermijn

6 maanden na het opbouwjaar

5 jaar na het opbouwjaar

Uitbetalen tijdens dienstverband

Niet toegestaan

Toegestaan, mits schriftelijk afgesproken

Volgorde van opnemen

Wordt als eerste opgenomen (vervalt het snelst)

Daarna

Het idee achter de korte vervaltermijn van wettelijke dagen is dat de werknemer daadwerkelijk uitrust. Bovenwettelijke dagen hebben een ruimere termijn, waardoor een werknemer ze kan opsparen voor bijvoorbeeld een langere reis.

Hoe bouw je bovenwettelijke vakantiedagen op?

De opbouw van wettelijke vakantiedagen is vastgelegd: vier keer de wekelijkse arbeidsduur per jaar. Werkt iemand 40 uur per week, dan bouwt hij 160 wettelijke verlofuren (20 dagen) op. Bij 36 uur is dat 144 uur.

Bovenwettelijke dagen komen daar bovenop en ontstaan op verschillende manieren:

  • Afspraken in de cao van de sector

  • Extra dagen afgesproken in de individuele arbeidsovereenkomst

  • Regelingen op basis van leeftijd of dienstjaren (vaak in zorg en overheid)

  • Een collectieve sluiting, bijvoorbeeld tussen kerst en oud en nieuw

Een rekenvoorbeeld: een werknemer werkt 40 uur per week en heeft volgens zijn contract recht op 25 vakantiedagen per jaar. Daarvan zijn 20 dagen wettelijk en 5 dagen bovenwettelijk.

Hoe lang blijven bovenwettelijke vakantiedagen geldig?

Bovenwettelijke vakantiedagen verjaren 5 jaar na afloop van het jaar waarin ze zijn opgebouwd. Een dag die in 2026 is opgebouwd, blijft dus geldig tot eind 2031. In de cao of arbeidsovereenkomst mag een kortere termijn worden afgesproken, dus check altijd wat daar staat.

Wettelijke vakantiedagen vervallen veel sneller, namelijk een half jaar na het opbouwjaar. Omdat de dagen die het eerst vervallen ook als eerste worden opgenomen, gaan de wettelijke dagen altijd voor op de bovenwettelijke. Dat is gunstig voor de werknemer: de dagen met de kortste houdbaarheid verdwijnen als eerste uit het saldo.

Meer over het meenemen van vakantiedagen naar een volgend jaar en de exacte vervaltermijnen lees je in vakantiedagen meenemen naar volgend jaar.

Mag je bovenwettelijke vakantiedagen uitbetalen?

Ja, bovenwettelijke vakantiedagen mag je tijdens het dienstverband uitbetalen, maar alleen als dat schriftelijk is afgesproken in de arbeidsovereenkomst of cao. Een werknemer kan niet worden verplicht om in te stemmen met uitbetaling, want hij heeft het recht om de dagen daadwerkelijk op te nemen.

Wettelijke vakantiedagen mogen tijdens het dienstverband niet worden afgekocht. Die zijn bedoeld om op te nemen, zodat de werknemer rust krijgt. Pas bij uitdiensttreding worden alle nog niet vervallen of verjaarde dagen, wettelijk en bovenwettelijk, uitbetaald tegen het brutoloon inclusief vakantiegeld en vaste toeslagen.

 

Bovenwettelijke vakantiedagen bij ziekte

Tijdens langdurige ziekte bouwt een werknemer de wettelijke vakantiedagen gewoon op. Voor bovenwettelijke dagen geldt geen wettelijke opbouwregel: of een zieke werknemer die opbouwt, hangt volledig af van de afspraken in de cao of arbeidsovereenkomst. In de praktijk komt het regelmatig voor dat bovenwettelijke dagen tijdens ziekte niet worden opgebouwd, maar dat moet dan wel zijn vastgelegd.

Bovenwettelijke vakantiedagen vastleggen in je verlofadministratie

Voor jou als werkgever is het belangrijk om wettelijke en bovenwettelijke dagen vanaf het begin apart te registreren. Behandel je alle dagen op één hoop, dan ontdek je achteraf vaak dat saldi al vervallen waren of dat je per ongeluk verkeerde dagen hebt uitbetaald. Dat leidt tot discussies en correcties.

Je bent als werkgever bovendien verplicht om werknemers op tijd te informeren over het naderende verval van hun wettelijke dagen. Doe je dat niet, dan kan de vervaltermijn vervallen en blijven de dagen langer geldig.

In je Shiftbase-account houd je wettelijke en bovenwettelijke dagen automatisch gescheiden, gekoppeld aan de gewerkte uren. Je ziet per medewerker welk saldo nog openstaat en welke dagen wanneer vervallen, zodat je niet handmatig in een spreadsheet hoeft bij te houden uit welk potje een vrije dag komt.

Met Shiftbase:

  • Registreer wettelijke en bovenwettelijke dagen apart en zie per medewerker het actuele saldo

  • Bewaak vervaltermijnen automatisch en voorkom dat saldi ongemerkt verlopen

Alle begrippen bekijken