Arbeidstijdenwet (ATW)

De Arbeidstijdenwet bepaalt hoe lang je mag werken en hoeveel rust en pauze daartegenover staan. Alle regels met artikel, uitzonderingen en voorbeelden.

Geschreven door: Carin VreedeBijgewerkt op:

De Arbeidstijdenwet (ATW) bepaalt hoe lang een werknemer mag werken en hoeveel rust daartegenover moet staan. Voor iedereen van 18 jaar en ouder geldt: maximaal 12 uur per dienst en 60 uur per week, minstens 11 uur rust tussen twee diensten en een pauze van minstens 30 minuten bij meer dan 5,5 uur werk.

De wet richt zich op de werkgever. Die organiseert het werk zo dat de grenzen niet worden overschreden en houdt de werk- en rusttijden bij. De Nederlandse Arbeidsinspectie controleert dat en kan een boete opleggen.

Regel (18 jaar en ouder)

Grens

Artikel ATW

Werktijd per dienst

Maximaal 12 uur

5:7

Werktijd per week

Maximaal 60 uur

5:7

Gemiddeld over 4 weken

Maximaal 55 uur per week

5:7

Gemiddeld over 16 weken

Maximaal 48 uur per week

5:7

Rust na een dienst

Minstens 11 uur, 1 keer per 7 dagen minstens 8 uur

5:3

Rust per week

36 uur aaneengesloten, of 72 uur per 14 dagen

5:5

Pauze

30 minuten bij meer dan 5,5 uur, 45 minuten bij meer dan 10 uur

5:4

Nachtdienst

Maximaal 10 uur

5:8

Zondag

Minstens 13 vrije zondagen per 52 weken

5:6

Voor wie geldt de Arbeidstijdenwet?

De Arbeidstijdenwet geldt voor iedereen vanaf 18 jaar die voor een werkgever werkt, dus ook voor stagiairs, uitzendkrachten en gedetacheerden. Voor jongeren tot 18 jaar en voor zwangere en pas bevallen werknemers gelden strengere regels.

Hoger personeel valt grotendeels buiten de wet. De regels over werk- en rusttijden en de registratieplicht gelden niet voor een werknemer met een jaarloon van minstens drie keer het wettelijk minimumloon, inclusief vakantiebijslag (artikel 2.1:1 Arbeidstijdenbesluit). Werkt die medewerker gewoonlijk in nachtdienst of in werk met ernstige gevaren voor de veiligheid of gezondheid, dan gelden de regels wel.

Een zwangere werknemer krijgt extra bescherming (artikel 4:5). Zij mag haar werk afwisselen met extra pauzes, samen tot een achtste van de arbeidstijd per dienst. Die pauzes tellen als arbeidstijd. Ze kan niet worden verplicht tot meer dan 10 uur per dienst, gemiddeld 50 uur per week over 4 weken of gemiddeld 45 uur per week over 16 weken. Nachtdiensten kan de werkgever haar alleen opleggen als hij aannemelijk maakt dat dat redelijkerwijs niet anders kan.

Werknemers van 55 jaar en ouder vallen gewoon onder de wet, zonder uitzondering voor hun leeftijd. Dat oudere medewerkers geen nachtdiensten meer hoeven te draaien of extra vrije dagen krijgen, is een afspraak in de cao, zoals bij seniorenverlof.

Zelfstandigen vallen niet onder de Arbeidstijdenwet, omdat ze niet voor een werkgever werken. Alleen voor werk waarbij lange werktijden anderen in gevaar kunnen brengen, zoals beroepsvervoer, kunnen de regels ook voor zelfstandigen gelden (artikel 2:7).

Voor een aantal sectoren en beroepen staan aanvullende regels in het Arbeidstijdenbesluit, bijvoorbeeld voor de zorg en het vervoer. Vrachtwagenchauffeurs werken met Europese rij- en rusttijden.

Hoeveel uur mag je werken per dag en per week?

Een werknemer van 18 jaar of ouder werkt maximaal 12 uur per dienst en maximaal 60 uur per week. Een week loopt van maandag 00.00 uur tot zondag 24.00 uur. Een dienst is een aaneengesloten periode van werk tussen twee rustperiodes van minstens 8 uur (artikel 1:7).

Die 60 uur kun je niet elke week inroosteren. In elke periode van 4 opeenvolgende weken mag het gemiddelde niet boven 55 uur per week komen en over 16 weken niet boven 48 uur. Alleen het gemiddelde van 55 uur kan een cao oprekken. De 12 uur per dienst, de 60 uur per week en het gemiddelde van 48 uur liggen vast.

Tien uur per dag werken mag dus. Vijf diensten van tien uur geven 50 uur in een week. Dat past binnen de 55 uur gemiddeld over 4 weken. Elke week van het jaar kan het niet: over 16 weken moet het gemiddelde op 48 uur of lager uitkomen. Bij een dienst van tien uur hoort een pauze van minstens 30 minuten.

Voorbeeld: vier drukke weken in een restaurant

Een kok werkt in vier opeenvolgende weken 60, 58, 52 en 50 uur. Geen enkele week komt boven de 60 uur en het gemiddelde is 220 ÷ 4 = 55 uur. Dat mag. Over 16 weken mag de kok gemiddeld 48 uur per week werken, samen 768 uur. Na deze vier weken blijft er voor de volgende twaalf weken nog 548 uur over: gemiddeld ruim 45 uur per week.

Rusttijden: hoeveel rust tussen twee diensten?

Na een dienst heeft een werknemer minstens 11 uur aaneengesloten rust in elke periode van 24 uur. Eén keer per 7 dagen mag die rust korter, tot minstens 8 uur, als de aard van het werk of de bedrijfsomstandigheden dat nodig maken (artikel 5:3).

Daarnaast is er rust per week: 36 uur aaneengesloten in elke periode van 7 dagen. Je mag die rust ook over 14 dagen rekenen. Dan moet er 72 uur rust in zitten, die je mag splitsen in blokken van minstens 32 uur (artikel 5:5).

Voorbeeld: sluiten en de volgende ochtend openen

Een bardienst eindigt om 01.00 uur. Begint dezelfde medewerker de volgende dag om 12.00 uur, dan zit er 11 uur rust tussen en is het in orde. Staat hij om 09.00 uur op het rooster om te openen, dan heeft hij 8 uur rust. Dat mag één keer in de 7 dagen. Gebeurt het twee keer in dezelfde 7 dagen, dan overtreed je de wet.

Pauze volgens de Arbeidstijdenwet

Werkt iemand meer dan 5,5 uur in een dienst, dan heeft hij recht op minstens 30 minuten pauze. Die mag je splitsen in twee pauzes van 15 minuten. Bij meer dan 10 uur werk is de pauze minstens 45 minuten, ook te splitsen in delen van minstens 15 minuten (artikel 5:4).

Een pauze is volgens de wet een onderbreking van minstens 15 minuten waarin de werknemer geen enkele verplichting heeft om te werken (artikel 1:7). Een kop koffie achter de bar terwijl hij gasten blijft helpen, telt dus niet als pauze. Of de pauze wordt betaald, regelt de wet niet. Dat staat in het contract of de cao. Een cao mag de pauze bij meer dan 5,5 uur werk terugbrengen tot 15 minuten, niet korter.

Hoeveel pauze er bij 6, 8 of 9 uur werk hoort, staat uitgewerkt in het artikel over pauze tijdens werk.

Nachtdiensten

Een nachtdienst is een dienst waarin meer dan een uur wordt gewerkt tussen 00.00 en 06.00 uur (artikel 1:7). Omdat nachtwerk zwaarder is voor de gezondheid, gelden er strengere grenzen (artikel 5:8):

  • Een nachtdienst duurt maximaal 10 uur. Maximaal 5 keer per 14 dagen en 22 keer per 52 weken mag dat 12 uur zijn, met daarna minstens 12 uur rust.

  • Eindigt de nachtdienst na 02.00 uur, dan volgt minstens 14 uur rust. Eén keer per 7 dagen mag dat 8 uur zijn.

  • Na een reeks van 3 of meer nachtdiensten volgt minstens 46 uur rust.

  • Zit er een nachtdienst in een reeks diensten, dan werkt iemand maximaal 7 diensten achter elkaar. Een cao kan dat verruimen tot 8 als de aard van het werk dat vraagt.

  • Per 16 weken zijn maximaal 36 nachtdiensten toegestaan die na 02.00 uur eindigen. Een cao kan dat verruimen, maar nooit tot meer dan 140 van zulke nachtdiensten per 52 weken of meer dan 38 uur werk tussen 00.00 en 06.00 uur per 2 weken.

  • Werkt iemand in 16 weken 16 keer of vaker in nachtdienst, dan is het gemiddelde in die periode maximaal 40 uur per week.

Werken op zondag

Op zondag werken mag als het uit de aard van het werk volgt en zo is afgesproken, zoals in de horeca of de zorg. Is zondagswerk nodig door de bedrijfsomstandigheden, dan heb je de instemming nodig van de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, of anders van de betrokken medewerkers. De medewerker moet er dan ook zelf mee instemmen (artikel 5:6).

Iedere werknemer heeft recht op minstens 13 vrije zondagen per 52 weken. Een cao mag daarvan afwijken. Wie dan op 40 of meer zondagen per jaar werkt, moet daar zelf mee instemmen.

Regels voor jongeren

Voor werknemers van 16 en 17 jaar gelden strengere grenzen: maximaal 9 uur per dienst, 45 uur per week en gemiddeld 40 uur per week over 4 weken. Ze hebben minstens 12 uur rust per 24 uur, met daarin altijd de uren tussen 23.00 en 06.00 uur. Na meer dan 4,5 uur werk krijgen ze een pauze van minstens 30 minuten. De uren per leeftijd, ook voor 13 tot en met 15 jaar, staan bij werktijden jongeren.

Voor kinderen van 13 tot en met 15 jaar staan aparte regels in de Nadere regeling kinderarbeid, met minder uren in schoolweken dan in de vakantie. Werk je met jonge medewerkers, dan vind je de regels per leeftijd bij jongeren in de horeca.

Wat valt onder arbeidstijd?

Arbeidstijd is de tijd dat een werknemer onder gezag van de werkgever werkt (artikel 1:7). Alles wat geen arbeidstijd is, is rusttijd. Verplicht je een medewerker om tien minuten eerder te komen voor een overdracht, dan werkt hij in die tijd onder jouw gezag. Die minuten tellen mee voor de maximale werktijd en gaan af van de rusttijd. Of ze ook worden betaald, staat in het contract of de cao.

Met omkleden gaat het net zo. Moet een kok zijn koksbuis op het werk aantrekken, of kleedt een verzorgende zich op de afdeling om vanwege de hygiëne-eisen, dan gebeurt dat omdat de werkgever het voorschrijft. Dan is het arbeidstijd. Trekt iemand thuis zijn werkkleding aan omdat dat hem uitkomt, dan is het rusttijd.

Reistijd van huis naar het werk is geen arbeidstijd. Dat verandert als de reis zelf in opdracht van de werkgever gebeurt, bijvoorbeeld van de ene vestiging naar de andere midden in een dienst. Voor medewerkers zonder vaste werkplek, zoals thuiszorgmedewerkers of monteurs die vanuit huis naar hun eerste adres rijden, telt de rit naar het eerste en van het laatste adres volgens het Europese Hof van Justitie wel als arbeidstijd (zaak C-266/14). Hoe je die tijd vastlegt, lees je bij reistijd en pauzes registreren.

Bij een consignatiedienst hoeft de medewerker alleen bereikbaar te zijn. Die tijd is rusttijd, tot hij wordt opgeroepen. Het werk na de oproep is arbeidstijd.

Mag je afwijken van de Arbeidstijdenwet?

Een cao of een andere collectieve regeling mag op een aantal punten afwijken, maar alleen binnen grenzen die de wet zelf noemt. Voorbeelden zijn het gemiddelde van 55 uur per 4 weken, de pauze tot minimaal 15 minuten, het aantal vrije zondagen en het aantal nachtdiensten. De grenzen van 12 uur per dienst, 60 uur per week en gemiddeld 48 uur per 16 weken liggen vast.

In een individueel arbeidscontract kun je niet in het nadeel van de werknemer van deze grenzen afwijken.

Registratie en boetes

De werkgever houdt een deugdelijke registratie bij van de werk- en rusttijden, zodat de Arbeidsinspectie kan controleren of de regels zijn nageleefd (artikel 4:3). Die gegevens bewaar je minstens 52 weken (artikel 3.2:1 Arbeidstijdenbesluit). Voor de Belastingdienst geldt een langere bewaartermijn voor urenregistraties.

Bij een overtreding kan de Nederlandse Arbeidsinspectie een boete opleggen. De bedragen staan in de Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit. Bij herhaling kan de inspectie het werk laten stilleggen.

Een werknemer die vindt dat de regels worden overtreden, kaart dat eerst aan bij de werkgever of de ondernemingsraad. Verandert er niets, dan kan hij een melding doen bij de Nederlandse Arbeidsinspectie.

Is de Arbeidstijdenwet in 2026 veranderd?

Voor werknemers van 18 jaar en ouder is de Arbeidstijdenwet in 2026 niet veranderd. De 12 uur per dienst, de 60 uur per week, de 11 uur rust en de pauzeregels zijn dezelfde als in eerdere jaren.

De laatste wijziging die je in het rooster merkt, ging in op 18 november 2024 en geldt voor kinderen van 13 tot en met 15 jaar. Sindsdien mogen 13- en 14-jarigen op dagen zonder school en in de vakantie onder voorwaarden tot 20.00 uur werken in plaats van tot 19.00 uur. Op zondag mogen ze werken als de zaterdag ervoor vrij is en ze in elke 16 weken op minstens 5 zondagen vrij zijn. Kinderen onder de 16 mogen niet werken in een ruimte waar alcohol wordt geschonken, in de keuken van een restaurant wel. Ook die wijziging staat in de Nadere regeling kinderarbeid, niet in de Arbeidstijdenwet zelf.

De Arbeidstijdenwet in je rooster

Overtredingen ontstaan vaak bij wijzigingen achteraf: een geruilde dienst, een extra avond, iemand die langer blijft. Bij zo’n wijziging wordt de rust na de vorige dienst makkelijk over het hoofd gezien.

In de personeelsplanning van Shiftbase toets je het rooster aan de Arbeidstijdenwet. Met de ATW-controle aan zie je in de statusbalk van het rooster hoeveel schendingen er zijn. Een dienst met een schending krijgt een uitroepteken. Voeg je een dienst toe of wijzig je er een, dan controleert Shiftbase die binnen enkele seconden. De controle kijkt drie maanden vooruit.

De gewerkte uren leg je vast met de urenregistratie: medewerkers klokken in en uit met de app, op een tablet of met een prikklok. Jij keurt de uren goed voordat ze naar de salarisadministratie gaan. Zo heb je de werk- en rusttijden per medewerker bij de hand als de Arbeidsinspectie erom vraagt.

Veelgestelde vragen

De ATW is de afkorting van de Arbeidstijdenwet, de Nederlandse wet die bepaalt hoe lang een werknemer mag werken en hoeveel rust en pauze daartegenover staan. De Nederlandse Arbeidsinspectie controleert of werkgevers zich eraan houden.

Volgens de Arbeidstijdenwet mag een werknemer van 18 jaar of ouder maximaal 12 uur per dienst en 60 uur per week werken. Over 4 weken mag het gemiddelde niet boven 55 uur per week komen en over 16 weken niet boven 48 uur.

Tien uur per dag werken mag volgens de Arbeidstijdenwet, want de grens ligt bij 12 uur per dienst. Over 16 weken moet het gemiddelde wel op 48 uur per week of lager uitkomen, dus vijf diensten van tien uur kunnen niet elke week. Bij een dienst van tien uur hoort een pauze van minstens 30 minuten.

Tussen twee diensten moet volgens de Arbeidstijdenwet minstens 11 uur aaneengesloten rust zitten. Eén keer per 7 dagen mag dat 8 uur zijn, als het werk dat nodig maakt. Na een nachtdienst die na 02.00 uur eindigt, is de rust minstens 14 uur.

Wie 6 uur werkt, heeft volgens de Arbeidstijdenwet recht op minstens 30 minuten pauze, omdat de grens bij 5,5 uur werk ligt. Die pauze mag in twee delen van 15 minuten. Een cao kan de pauze terugbrengen tot 15 minuten.

Tien dagen achter elkaar werken kan binnen de Arbeidstijdenwet als je de wekelijkse rust over 14 dagen rekent: 72 uur rust per 14 dagen, in blokken van minstens 32 uur. Zit er een nachtdienst in de reeks, dan zijn maximaal 7 diensten achter elkaar toegestaan, of 8 als de cao dat regelt.

Of een werkgever overwerk mag verplichten, regelt de Arbeidstijdenwet niet. Dat volgt uit het arbeidscontract, de cao en wat in de situatie redelijk is. De Arbeidstijdenwet geeft wel de grens: ook met overwerk niet meer dan 12 uur per dienst en 60 uur per week.

De Arbeidstijdenwet geldt voor iedereen van 18 jaar en ouder die voor een werkgever werkt, ook voor uitzendkrachten, stagiairs en gedetacheerden. Voor zzp'ers geldt de wet niet, behalve bij werk waarbij lange werktijden anderen in gevaar kunnen brengen, zoals beroepsvervoer.

De regels over werk- en rusttijden uit de Arbeidstijdenwet gelden niet voor een werknemer met een jaarloon van minstens drie keer het wettelijk minimumloon (artikel 2.1:1 Arbeidstijdenbesluit). Werkt die medewerker gewoonlijk in nachtdienst of in gevaarlijk werk, dan gelden ze wel.

Omkleden telt als arbeidstijd als de werkgever voorschrijft dat de medewerker zich op het werk omkleedt, bijvoorbeeld vanwege hygiëne-eisen in een keuken of in de zorg. De medewerker staat dan onder gezag van de werkgever (artikel 1:7). Of die tijd wordt betaald, staat in het contract of de cao.

Carin Vreede
Carin VreedeTeamlead Online Marketing

Carin schrijft voor Shiftbase over roosteren, verzuim en alles wat teamplanning makkelijker maakt. Ze vertaalt de dagelijkse hoofdpijn van managers naar praktische tips die je meteen kunt gebruiken.

Alle begrippen bekijken