Grip op tijdelijke contracten: ketenregeling en aanzegtermijn bewaken
:quality(80))
Een tijdelijk contract dat per ongeluk vast wordt, of een aanzegtermijn die je net te laat opmerkt. Het overkomt meer werkgevers dan je denkt, en het kost je zomaar een maandsalaris of een dienstverband dat je niet had gepland. Zeker als je met meerdere tijdelijke krachten werkt, in horeca, retail of productie, wordt het snel onoverzichtelijk. Wie zit in zijn eerste contract, wie in zijn derde en wanneer verloopt welke aanzegtermijn? Eén gemiste datum en de gevolgen liggen vast in de wet.
In deze blog lees je hoe de ketenregeling en de aanzegplicht precies werken, waar het in de praktijk misgaat en hoe je grip houdt op je tijdelijke contracten zonder er een dagtaak van te maken. Wat er in een arbeidscontract moet staan, lees je in onze uitleg over het arbeidscontract.
Wat is de ketenregeling ook alweer?
De ketenregeling bepaalt hoeveel tijdelijke contracten je een medewerker mag geven voordat er automatisch een vast contract ontstaat. De kern is de zogenoemde 3x3x6-regel.
Onderdeel | Regel |
|---|---|
Maximaal aantal tijdelijke contracten | 3 (het 4e wordt automatisch vast) |
Maximale totale duur | 3 jaar (daarna automatisch vast) |
Onderbreking die de keten verbreekt | meer dan 6 maanden |
Concreet: geef je een medewerker een vierde tijdelijk contract, of loopt de reeks over de drie jaar heen, dan heb je een medewerker in vaste dienst. Zit er tussen twee contracten een onderbreking van meer dan zes maanden, dan begint de keten opnieuw te tellen.
Er zijn een paar uitzonderingen. Tot 1 januari 2028 kan een cao het maximum voor bepaalde functies verhogen naar zes contracten in vier jaar. Voor medewerkers onder de 18 die gemiddeld hooguit 12 uur per week werken geldt de ketenregeling niet. Voor AOW-gerechtigden gelden ruimere regels. Bij seizoenswerk kan de onderbreking in de cao worden verkort van zes naar drie maanden. Meer over de regel zelf lees je in ons woordenboek over de ketenregeling.
Waar het in de praktijk misgaat
De regel klinkt overzichtelijk, maar het probleem is bijna nooit de regel zelf. Het probleem is het bijhouden. Bij een handjevol medewerkers lukt dat nog uit je hoofd, maar zodra je team groeit, gaat het schuiven.
Dit zijn de drie situaties waarin werkgevers de mist in gaan:
Je verliest de telling. Je weet niet meer of iemand in zijn tweede of derde contract zit en biedt per ongeluk een vierde aan. Gevolg: een vast contract dat je niet wilde.
Je gaat over de drie jaar heen. De losse contracten lijken kort, maar samen overschrijden ze de grens. Ook dan ontstaat automatisch een vast dienstverband.
Je mist de aanzegtermijn. Je bent zo bezig met de vraag óf je verlengt, dat je vergeet dit op tijd schriftelijk te laten weten. Dat kost je een vergoeding.
Een tijdelijk contract dat ongemerkt vast wordt, draai je niet zomaar terug. De ketenregeling werkt automatisch, ook als het niet je bedoeling was.
De aanzegplicht: de deadline die je niet mag missen
Naast de ketenregeling is er nog een verplichting die vaak over het hoofd wordt gezien: de aanzegplicht. Bij een tijdelijk contract van zes maanden of langer moet je de medewerker uiterlijk één maand voor de einddatum schriftelijk laten weten:
of je het contract verlengt, en zo ja, onder welke voorwaarden, of
dat het contract afloopt en niet wordt verlengd.
Vergeet je dit, of ben je te laat, dan ben je een aanzegvergoeding verschuldigd van maximaal één maandsalaris, naar rato van hoeveel te laat je was. Een gemiste mail kan je dus letterlijk een maandsalaris kosten.
💡 Tip: zet de aanzegdatum (één maand voor het einde) apart in je agenda, los van de einddatum zelf. Zo dwing je jezelf om ruim op tijd een besluit te nemen in plaats van op de valreep.
Vergeet de transitievergoeding niet
Ook als je een tijdelijk contract gewoon laat aflopen, ben je in beginsel een transitievergoeding verschuldigd. Die geldt vanaf de eerste werkdag, ook bij het niet-verlengen van een tijdelijk contract. Neem dat mee in je afweging: niet-verlengen is niet automatisch kosteloos.
Zo houd je grip zonder een deadline te missen
Grip houden op tijdelijke contracten draait om één ding: overzicht. Je wilt op elk moment kunnen zien wie welk contract heeft, het hoeveelste in de keten het is en wanneer de aanzegtermijn verstrijkt. Dat kan op verschillende manieren, afhankelijk van hoe groot je team is.
Bij een klein team volstaat vaak een goed bijgehouden overzicht met per medewerker het contracttype, de start- en einddatum, en het nummer in de keten. Belangrijk is dat je de aanzegdatum apart noteert.
Bij een groeiend team wordt handmatig bijhouden risicovol. Dan is het verstandig de contractgegevens en einddatums op één plek te bewaren, met een signaal dat op tijd afgaat. In je Shiftbase-account leg je per medewerker het contracttype en de einddatum vast in het digitale personeelsdossier, zodat je ruim voor het aflopen van een contract een melding krijgt. Zo blijft de ketenregeling en de aanzegplicht bewaakt zonder dat je het zelf in de gaten hoeft te houden.
Wat verandert er de komende jaren?
De Wet meer zekerheid flexwerkers scherpt de ketenregeling aan. De Eerste Kamer heeft de wet op 7 juli 2026 aangenomen. Vanaf 1 januari 2028 verbreekt pas een onderbreking van meer dan 36 maanden de keten, in plaats van zes maanden. Voor scholieren en studenten die hooguit 16 uur per week werken blijft dat zes maanden. Ook de mogelijkheid om bij cao naar zes contracten in vier jaar te verruimen verdwijnt.
Tot 1 januari 2028 blijft de huidige 3x3x6-regel gelden. Daarna wordt het 3x3x36. Werk je met medewerkers die elk jaar terugkomen, bedenk dan nu al hoe je ze vanaf 2028 een contract geeft.
Conclusie
De ketenregeling en de aanzegplicht zijn op zich niet ingewikkeld, maar ze werken automatisch en genadeloos. Eén gemiste datum kan je een ongewild vast contract of een maandsalaris aan vergoeding kosten. De oplossing zit niet in het uit je hoofd leren van de regels, maar in het overzicht: weten wie welk contract heeft en wanneer welke termijn verloopt. Houd je dat structureel bij, dan neem je rustig en op tijd je beslissing, in plaats van op de valreep.
Veelgestelde vragen
Maximaal drie tijdelijke contracten binnen een periode van drie jaar. Het vierde contract, of een reeks die de drie jaar overschrijdt, wordt automatisch een vast contract. Tot 1 januari 2028 kan een cao dit voor bepaalde functies verruimen naar zes contracten in vier jaar.
Zodra je een vierde tijdelijk contract aanbiedt, of zodra de totale duur van de opeenvolgende contracten langer is dan drie jaar. Vanaf dat moment heb je een medewerker in vaste dienst, ook als dat niet je bedoeling was.
Bij een contract van zes maanden of langer moet je uiterlijk één maand voor de einddatum schriftelijk laten weten of je verlengt en onder welke voorwaarden. Doe je dat niet of te laat, dan ben je een aanzegvergoeding van maximaal een maandsalaris verschuldigd.
Ja. Zit er tussen twee tijdelijke contracten meer dan zes maanden, dan is de keten verbroken en begint het tellen opnieuw. Bij seizoenswerk kan die termijn bij cao zijn verkort tot drie maanden. Vanaf 1 januari 2028 is een onderbreking van meer dan 36 maanden nodig, behalve voor scholieren en studenten die hooguit 16 uur per week werken.
In beginsel wel. De transitievergoeding is verschuldigd vanaf de eerste werkdag, ook als je een tijdelijk contract gewoon laat aflopen.
Carin schrijft voor Shiftbase over roosteren, verzuim en alles wat teamplanning makkelijker maakt. Ze vertaalt de dagelijkse hoofdpijn van managers naar praktische tips die je meteen kunt gebruiken.
:quality(80))
Wet meer zekerheid flexwerkers: zo bereid je je MKB voor op de Wmz in 2027 en 2028
Wet meer zekerheid flexwerkers 2028: bandbreedtecontract vervangt nul-uren, ketenregeling strenger, uitzendmarkt veranderd. Stappenplan voor MKB.
:quality(80))
Werken op Tweede Paasdag: wat moet je als werkgever regelen?
Is Tweede Paasdag verplicht vrij? Lees wat de wet zegt, wanneer je een toeslag betaalt en hoe je de planning eerlijk regelt voor je medewerkers.
:quality(80))
Wat is de wettelijke kilometervergoeding in 2026 en 2027?
De onbelaste kilometervergoeding is in 2026 verhoogd naar €0,25 per kilometer, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari. Lees wat dit betekent voor werkgevers en hoe je het regelt.