Re-integratie

Re-integratie is de terugkeer van een zieke werknemer naar werk, eerst bij de eigen werkgever en anders elders. Wat de sporen inhouden en wie wat moet.

Bijgewerkt op:

Re-integratie is de terugkeer van een zieke werknemer naar werk. Dat gebeurt eerst in het eigen werk of ander passend werk bij de eigen werkgever. Lukt dat niet, dan bij een andere werkgever. De werkgever is verplicht die terugkeer actief te bevorderen (art. 7:658a BW). De werknemer is verplicht daaraan mee te werken (art. 7:660a BW). Beide plichten lopen zolang de werkgever loon doorbetaalt bij ziekte, in de regel 104 weken.

Je komt het woord ook tegen als reïntegratie of reintegratie. Het wordt daarnaast gebruikt voor mensen met een uitkering die via het UWV of de gemeente weer werk zoeken. Dit artikel gaat over re-integratie bij ziekte van een werknemer in loondienst: de situatie waarin jij als werkgever aan zet bent.

Spoor 1 en spoor 2

De wet kent twee sporen, in deze volgorde. Spoor 1 is terugkeer bij jou: in het eigen werk, eventueel met minder uren of lichtere taken, of in ander passend werk in je bedrijf. Spoor 2 is passend werk bij een andere werkgever. Dat spoor komt in beeld als vaststaat dat het eigen werk niet meer gaat en er in je bedrijf geen ander passend werk is (art. 7:658a lid 1 BW).

Spoor 1

Spoor 2

Waar

Bij de eigen werkgever

Bij een andere werkgever

Wat het kan zijn

Eigen werk met minder uren, lichtere taken, tijdelijk ander werk, een aangepaste werkplek

Passend werk elders, scholing, begeleiding bij solliciteren

Wie helpt

Bedrijfsarts, leidinggevende, arbeidsdeskundige

Re-integratiebureau, bedrijfsarts, arbeidsdeskundige

In de praktijk lopen de sporen vaak een tijd naast elkaar. Een kok die door een rugblessure niet meer aan de pass kan staan, doet in spoor 1 tijdelijk de inkoop, terwijl een re-integratiebureau in spoor 2 al zoekt naar werk elders dat blijvend past. Bij de eerstejaarsevaluatie rond week 52 bespreek je in elk geval of spoor 2 nodig is.

Wat de werkgever moet bij re-integratie

Artikel 7:658a BW maakt de werkgever verantwoordelijk voor het bevorderen van de re-integratie. In de praktijk betekent dat:

  • zo tijdig mogelijk maatregelen nemen en aanwijzingen geven, zodat je medewerker het eigen of ander passend werk kan doen;

  • samen met je medewerker een plan van aanpak opstellen en dat regelmatig evalueren;

  • passend werk aanbieden in je eigen bedrijf en, als dat er niet is, passend werk bij een andere werkgever zoeken;

  • elke stap en afspraak vastleggen, want dat dossier gaat mee in het re-integratieverslag bij de WIA-aanvraag.

Het plan van aanpak maak je uiterlijk twee weken na de probleemanalyse van de bedrijfsarts, dus uiterlijk in week 8. Daarna evalueer je het minstens één keer per zes weken. Het volledige schema van ziekmelding tot WIA-aanvraag, met de 42e-weeksmelding en de eerstejaarsevaluatie, staat bij de Wet verbetering poortwachter.

Doet een werkgever te weinig, dan kan het UWV bij de WIA-aanvraag de loondoorbetaling verlengen met ten hoogste 52 weken (art. 25 lid 9 WIA). Dat heet een loonsanctie. Het UWV kijkt daarbij naar het dossier: wat is er afgesproken, wat is er gedaan en waarom.

Wat de werknemer moet bij re-integratie

De zieke werknemer heeft drie plichten (art. 7:660a BW):

  • redelijke voorschriften opvolgen en meewerken aan maatregelen van de werkgever of de bedrijfsarts;

  • meewerken aan het opstellen, evalueren en bijstellen van het plan van aanpak;

  • passend werk doen waartoe de werkgever de gelegenheid geeft.

Weigert een werknemer dat zonder deugdelijke grond, dan heeft hij of zij voor die tijd geen recht op loon (art. 7:629 lid 3 BW). Dat is een zware stap. Hoe je een loonopschorting of loonstop aankondigt en wat het verschil is, lees je in dat artikel. Twijfelt een van beide partijen of het werk passend is, dan kan een deskundigenoordeel van het UWV uitsluitsel geven.

Wanneer is werk passend?

Passend werk is volgens de wet alle arbeid die past bij de krachten en bekwaamheden van de werknemer, tenzij het om lichamelijke, geestelijke of sociale redenen niet van hem of haar gevraagd kan worden (art. 7:658a lid 4 BW). Het hoeft dus niet het eigen werk te zijn en ook niet werk dat in de functieomschrijving staat.

De bedrijfsarts zegt wat iemand kan: hoeveel uur, welke belasting, welke taken niet. Jij zoekt werk dat daarbinnen valt. In een winkel kan dat de kassa zijn in plaats van vakken vullen, in een restaurant de bar in plaats van de bediening op een volle zaterdag. Of werk elders in je bedrijf passend is, hangt ook af van zaken als reistijd en salaris. Bij twijfel geeft een arbeidsdeskundige of het UWV een oordeel.

Re-integratie in je rooster en je urenregistratie

Werkt je medewerker weer een deel van de uren, dan lopen gewerkte uren en ziekte-uren naast elkaar. Die moeten in je administratie apart blijven, want ze tellen anders mee voor het loon en het verzuim. Hoe dat werkt als iemand half werkt en half ziek is, staat in een apart artikel.

Plan de re-integratiediensten als gewone diensten in het rooster, met een begin- en eindtijd. Dan ziet het team wanneer je medewerker er is en blijft de opbouw geen losse afspraak. De opbouw zelf, van een paar korte diensten naar het volledige contract, staat uitgewerkt in de blog over re-integratie activiteiten.

In Shiftbase leg je de ziekmelding vast zonder einddatum, want zo loopt ziekte nu eenmaal. De uren die je medewerker weer werkt, komen via het inklokken in de urenregistratie. Zo zie je bij elke evaluatie van het plan van aanpak hoeveel uur er per week weer gewerkt is.

Wie helpt bij re-integratie?

De bedrijfsarts of arbodienst adviseert over wat medisch kan en maakt de probleemanalyse. Een arbeidsdeskundige onderzoekt welk werk passend is, binnen of buiten je bedrijf. Een re-integratiebureau begeleidt vooral spoor 2: het zoeken naar werk bij een andere werkgever. Die begeleiding schakel je als werkgever in en betaal je ook.

Heeft een zieke werknemer geen werkgever meer, bijvoorbeeld omdat een tijdelijk contract tijdens de ziekte afloopt, dan krijgt hij of zij een Ziektewet-uitkering en begeleidt het UWV de re-integratie.

Ontslag tijdens re-integratie

Tijdens ziekte geldt een opzegverbod (art. 7:670 lid 1 BW). Een zieke werknemer kan in de regel niet worden ontslagen zolang de ziekte nog geen twee jaar heeft geduurd. Werkt een werknemer zonder deugdelijke grond niet mee aan de re-integratie, dan kan dat in het uiterste geval wel tot ontslag leiden. Laat je daarover juridisch adviseren voor je die stap zet. Wat er na twee jaar ziekte kan, staat bij langdurig ziek.

Nieuwe regels voor re-integratie in de maak

Twee wetsvoorstellen raken re-integratie. Geen van beide is in oktober 2026 wet. Het eerste maakt het advies van de bedrijfsarts leidend bij de toets van het UWV na twee jaar ziekte: volgt de werkgever dat advies, dan heeft hij genoeg gedaan. Dat voorstel lag in maart 2026 bij de Raad van State. Het tweede (Kamerstuk 36 926, april 2026 naar de Tweede Kamer) geeft kleine en middelgrote werkgevers de keuze om zich vanaf het tweede ziektejaar onder voorwaarden alleen nog op spoor 2 te richten, beoogd per 1 januari 2030.

Veelgestelde vragen

Re-integratie betekent de terugkeer naar werk na ziekte of uitval. In het arbeidsrecht gaat het om de plicht van werkgever en zieke werknemer om samen te werken aan die terugkeer: eerst bij de eigen werkgever en, als dat niet lukt, bij een andere werkgever.

Bij re-integratie in spoor 1 keert de zieke werknemer terug bij de eigen werkgever, in het eigen of ander passend werk. Spoor 2 is passend werk bij een andere werkgever. Spoor 2 komt in beeld als het eigen werk niet meer gaat en er bij de eigen werkgever geen passend werk is.

Een zieke werknemer die zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan re-integratie, heeft voor die tijd geen recht op loon (art. 7:629 lid 3 BW). Twijfelt de werknemer of het aangeboden werk passend is, dan kan een deskundigenoordeel van het UWV uitsluitsel geven.

Hoe lang re-integratie duurt, verschilt sterk per situatie: soms een paar weken, soms twee jaar. De verplichtingen van werkgever en werknemer lopen in de regel tot het einde van de loondoorbetaling na 104 weken. Een loonsanctie kan die periode met ten hoogste 52 weken verlengen.

Tijdens re-integratie krijgt een zieke werknemer minimaal 70% van het loon doorbetaald, maximaal 104 weken lang. In het eerste ziektejaar is dat ten minste het minimumloon en veel cao's vullen het aan tot een hoger percentage. Meer over de regels staat bij loondoorbetaling bij ziekte.

Lukt re-integratie bij de eigen werkgever niet, dan zoeken werkgever en werknemer in spoor 2 passend werk bij een andere werkgever. Is werken na twee jaar nog niet of maar beperkt mogelijk, dan beoordeelt het UWV bij de WIA-aanvraag hoe arbeidsongeschikt de werknemer is en of er genoeg aan re-integratie is gedaan.

Alle begrippen bekijken